achttien en zwanger


Achttien jaar jong was ik toen ik voor het eerst een positieve zwangerschapstest in mijn handen hield. Toen de twee streepjes verschenen, voelde ik alleen maar geluk. Geen moment heb ik getwijfeld, ik wist meteen dat ik mijn hele leven zou omgooien om voor deze baby te zorgen. Praktisch gezien was ik er totaal niet klaar voor, emotioneel eigenlijk ook niet. Maar diep vanbinnen wist ik dat ik alles op alles zou zetten om dit kind een goed leven te geven.

De zwangerschap


De zwangerschap verliep goed. Ik had geen last van ochtendmisselijkheid, was gestopt met roken en had verder weinig last van zwangerschapskwaaltjes. Toch herinner ik me dat ik me erg onzeker voelde. Mensen keken me vreemd aan, ik was tenslotte nog erg jong en ik voelde hun kritische blikken soms letterlijk branden. Ook tijdens de consultaties bij de gynaecoloog merkte ik dit. Telkens opnieuw werd me gevraagd of ik écht gestopt was met roken en alcohol. Dit terwijl de baby perfect groeide, en er dus geen reden was om te vermoeden dat ik nog zou roken of drinken. Ik weet nog dat ik na een consultatie boos thuiskwam en tegen mijn moeder zei: “Vraagt die dat ook aan een moeder van 30 jaar?”

Ik was extreem mager vóór de zwangerschap, maar uiteindelijk kwam ik ongeveer 20 kilo aan en daar had ik vrede mee. Ik vond mijn buikje prachtig. Al vroeg in de zwangerschap had ik het gevoel dat het een meisje zou zijn. De impulsieve, jonge versie van mezelf had weinig geduld en kocht al voor de geslachtsbepaling kleertjes en spulletjes om haar kamertje in te richten. Gelukkig bleek het inderdaad een meisje te zijn! Tijdens de zwangerschap fantaseerde ik vaak over hoe ze eruit zou zien. Ik had een heel duidelijk beeld van haar in mijn hoofd.

Ook dacht ik veel na over de bevalling. In die tijd liep er een televisieprogramma over tienermoeders, en ik keek online naar allerlei filmpjes. Op een dag stuitte ik op een filmpje van een badbevalling. Dat wilde ik ook! Toen ik dit aan mijn gynaecoloog vertelde, zei hij helaas dat dit niet mogelijk was in het ziekenhuis waar ik zou bevallen. Er was wel één bad beschikbaar, maar dat kon alleen gebruikt worden om de weeën op te vangen, bevallen in het bad was niet toegestaan. In 2012 waren badbevallingen nog zeldzaam. Als ik dat écht wilde, moest ik naar Gent. Dat leek me toen te ver want ''bevallen doe je toch in het dichtstbijzijnde ziekenhuis?' Inmiddels denk ik daar helemaal anders over: bevallen doe je op een plek die voldoet aan jouw wensen. Als ik zin heb in pizza, ga ik tenslotte ook niet naar de frituur 😉

De uitgerekende datum


Vanaf 37 weken begon de zwangerschap echt zwaar te worden. Ik kreeg last van mijn bekken, had regelmatig harde buiken en voelde me erg moe. Dagen werden weken, en zelfs op 40 weken zwangerschap was er nog steeds geen baby. Toch voelde ik me nooit onzeker of bang. Een inleiding overwoog ik niet eens, dat kwam simpelweg niet in me op.

Vanaf 40 weken ging ik dagelijks naar het ziekenhuis voor een monitoring, zoals de gynaecoloog had voorgeschreven. Toen ik 41 weken en 3 dagen zwanger was, ging ik opnieuw op consultatie. De gynaecoloog zei dat we nu echt lang genoeg hadden gewacht en dat de baby moest komen. Vanaf dit punt liep ik een veel grotere kans op een doodgeboren kind vertelde hij.

Dat wil je als (intussen 19-jarige) mama natuurlijk niet horen.

Ik voelde paniek en stemde uiteindelijk in met een inleiding, ook al wist ik dat dit niet mijn wens was. Het was toen maandag, en ik werd verwacht op woensdagavond om 20.00 uur op de verlosafdeling.

Hoe ik er nu op terugkijk? Als het écht zo dringend was en het risico écht zo groot, waarom mocht ik dan nog twee dagen naar huis? Had hij me dan niet meteen moeten opnemen? Een inleiding die kan wachten, is gewoon niet dringend.

De bevalling


Op 18 januari 2012, om 20.00 uur, kwamen we (de biologische vader en ik) aan op het verloskwartier. Ik werd meteen aan de monitor gelegd, kreeg een infuus en kreeg uitleg over wat er zou gebeuren. De vroedvrouw raadde me aan om goed te slapen. Ik begreep dat advies want het is ook wat ik nu tegen mama’s zeg als er wat gerommel in hun buik is. Maar slapen met een infuus, een monitor, en personeel dat om de zoveel tijd je kamer binnenkomt? Dat is allesbehalve eenvoudig. Van die nacht herinner ik me verder ook weinig.

De volgende ochtend, op 19 januari rond 8.00 uur, kwam een stagiair gynaecologie mijn kamer binnen. Hij zou me vaginale pilletjes toedienen om de baarmoederhals soepel te maken. Dat moment was ver-schrik-ke-lijk. Telkens kwamen de pilletjes er weer uit. De stagiair was duidelijk gestrest. Hij deed zichtbaar zijn best om voorzichtig te zijn, maar het deed me enorm veel pijn. Toch durfde ik niks te zeggen “Hij doet tenslotte gewoon zijn werk,” dacht ik. Niet veel later kwam de vroedvrouw helpen, en daarna ook mijn vaste gynaecoloog. In een half uur tijd waren er dus drie verschillende mensen die met hun handen in mijn vagina waren geweest. Toen iedereen de kamer verliet, probeerde ik het te verwerken met humor: “Had die schrik van mijn baarmoeder, of wat was dat net?!”

Een paar uur later kwam dezelfde stagiair opnieuw binnen, ditmaal om mijn vliezen te breken. Voor zover ik me herinner, verliep dat redelijk vlot. Ik bleef de hele tijd in bed liggen. Ik had geen idee dat ik mocht rondlopen, ik ging ervan uit dat ik gewoon in bed moest blijven. Niemand had me ooit aangemoedigd om te bewegen.

Het breken van de vliezen had weinig effect, dus besloten ze meteen over te gaan op weeënopwekkers. Ik weet niet meer hoe die precies werden toegediend, maar volgens mijn herinnering kreeg ik meteen een hoge dosis. Ik werd overvallen door een weeënstorm. Nog steeds lag ik in bed, radeloos. Ik wist niet wat ik moest doen. Ruglig voelde als marteling. Ik wilde geluid maken, maar de vroedvrouw zei dat ik moest puffen. Ze deed het voor en verwachtte dat ik zou volgen, maar dat lukte me niet. De stress nam toe.

Toen ik aangaf dat ik in bad wilde, vertelde ze me dat het bad kapot was en raadde ze aan om een epidurale te nemen. Iets wat ik eigenlijk niet wou. Ik wilde voelen hoe het was om te bevallen zei ik toen. Ook gaf ik aan dat ik bang was voor het effect op mijn baby. De exacte woorden van de vroedvrouw herinner ik me niet meer, maar ik weet nog dat haar reactie lacherig en afkeurend was. Toen heb ik toch maar ingestemd met de epidurale. Zodra die werkte, keerde de rust terug, maar niet voor lang.


De baby reageerde slecht op de medicatie. Haar hartslag was te laag. Ze vertelden me dat ze een elektrode op haar hoofdje zouden 'plakken'. In werkelijkheid werd die in haar hoofdje geschroefd. Alarmen gingen af, en ik voelde aan alles dat het niet goed was. Mijn moeder was bij mij in de kamer toen plots een heel team binnenstormde. De gynaecoloog riep: “Die baby moet er NU uit, of we doen een keizersnede!”

Ik begon te huilen. Mijn lichaam trilde. Mijn mama bleef stil op het bed zitten, want eigenlijk mocht ze er niet bij zijn van de gynaecoloog. Van de biologische vader had ik op dat moment ook weinig steun.

De beugels werden omhoog gedaan. Iedereen was druk in de weer, tot de gynaecoloog op zijn stoeltje tussen mijn benen ging zitten... en plots begon te praten over hoe veel zin hij had in mosselen (het was januari). Mijn hoofd kon het niet volgen. Jullie stormen hier binnen, alle alarmbellen staan op rood, en dan is er ineens tijd voor grapjes? Terwijl ik hier volledig in paniek ben?

De vroedvrouw legde uit hoe ik moest persen. Ik voelde geen persdrang, maar ik had 10 centimeter ontsluiting, dus ik deed gewoon wat ze zeiden. Op dat moment ben je gewoon een patiënt. Ik duwde één keer, en meteen zei de gynaecoloog dat ik het niet alleen kon. Hij gaf me een knip en gebruikte de zuignap. Ik voelde me zo gefaald.


En toen... in al die horror... kwam er een lichtpuntje.


19 januari, 17u21.

Ik zag haar hoofdje geboren worden. En net als Sue, die tien jaar later thuis ter wereld kwam, had ook zij haar ogen open. Grote ogen die me aankeken. Ik nam haar zelf aan uit de handen van de gynaecoloog. De opluchting was enorm. Ze voelde zo warm en ze zag er precies uit zoals ik haar al die maanden had voorgesteld. Chubby wangetjes, grote ogen, een klein wipneusje (zoals ik), en donkere haartjes. Nona was geboren, en op datzelfde moment werd ook de moeder in mij geboren. Mijn mama kwam naast me staan en pinkte een traan weg. Iets wat ik nog nooit van haar had gezien.


Al snel werd Nona van me weggenomen voor controle door de kinderarts. Ze werd volledig 'goedgekeurd' (iets wat ik hen ook prima zelf had kunnen vertellen). Toch moest ze die eerste nacht in de couveuse doorbrengen. Ik gaf aan dat ik eerst borstvoeding wilde geven, dat mocht. We konden nog een paar uur knuffelen. Maar toen werd ze meegenomen.

Dat moment voelde zo tegennatuurlijk. Ik vroeg of ik met mijn stoel bij haar mocht zitten, en dat vond de vroedvrouw goed. Die nacht zat ik daar, naast haar, en keek ik de hele tijd naar haar. Ze was zo mooi, zo vredig. Ze deed het goed, gewoon uitstekend. En ik begreep niet waarom ze niet gewoon bij mij mocht liggen.

Ik mocht haar regelmatig aanleggen aan de borst, maar telkens moest ze weer terug de couveuse in.



A newborn baby wrapped in a white blanket cries while being comforted in a medical setting with green walls.

Bubbel


De dagen die volgden in het ziekenhuis mocht Nona gewoon bij mij op de kamer blijven. Maar ook daar liep ik tegen frustraties aan. Haar eerste badje werd gegeven door de vroedvrouw, zonder mij vooraf iets te vragen. Er werd me verteld wanneer en hoe ik haar moest aanleggen voor borstvoeding, en telkens weer drongen ze aan om haar ’s nachts even weg te nemen zodat ik kon slapen. Maar dat wilde ik helemaal niet.

Ik was dan ook blij toen ik eindelijk naar huis mocht en gewoon mijn ding kon doen met mijn baby. Want ook al was ik jong, mijn moederinstinct werkte. Ik voelde het sterk. Maar ik voelde ook voortdurend de weerstand van anderen. Alsof niemand me echt vertrouwde in mijn rol als moeder. Alsof iedereen ervan uitging dat ik het niet zou kunnen, alleen maar omdat ik negentien was.

Die bekende 'bubbel' waar pas bevallen vrouwen vaak over praten, heb ik nooit écht kunnen ervaren. Ik voelde me gecontroleerd, getest. Niet gedragen. Ik heb na de geboorte enkele donkere en moeilijke jaren gekend. En toch... kijk ons nu! 😉

Verweking


Ik heb mijn bevalling als bijzonder traumatisch ervaren. Ik voelde me ongehoord, klein gemaakt en vaak ook dom. Er werd niet met mij gesproken, er werd alleen gehandeld. Als ik die bevalling opnieuw kon doen, zou ik vanaf het eerste moment dat ik me niet gerespecteerd voelde van gynaecoloog zijn veranderd. Ik zou bewust kiezen voor een ziekenhuis met bevalbad (of thuis), juist omdat ik het bad écht een kans wilde geven. En ik zou de inleiding weigeren. Want voor mij was dat het begin van het hele horrorverhaal, met alle medische interventies die erop volgden.

Het heeft jaren geduurd om dit te verwerken. Pas tien jaar later, toen ik Sue op de wereld zette, heb ik het echt kunnen loslaten. Het moment waarop ik haar zelf aanpakte, thuis, in bad, op handen en knieën, zonder geforceerd puffen, zonder verdoving, zonder ‘plakkertje’,... dat was een enorm fuck you-moment naar de gynaecoloog, de vroedvrouwen, het hele systeem dat toen niet in mij geloofde.

En hoewel ik duidelijk niet tevreden ben over hoe mijn eerste bevalling is verlopen, voel ik wel een ontzettend sterke band met mijn dochter. Ik ben trots op mezelf dat ik toen, zelfs als jonge moeder, al aanvoelde dat wat er gebeurde niet oké was. En nog trotser dat ik die gevoelens niet heb weggeduwd, maar ben blijven zoeken naar heling.